Je grenzen aangeven is voor veel mensen lastig. Een praktijkondersteuner GGZ stuurde laatst iemand door naar me, Sandra. Sandra is een 38-jarige docent Nederlands maar momenteel zonder werk. Ze kwam bij mij met de melding dat ze geen baan kon houden. Dat heeft ze al een paar keer meegemaakt. Het ging vaak zo met haar carrière: Energiek en enthousiast startte ze altijd bij een werkgever, blij dat ze weer aan de slag kon. Maar na een paar maanden merkte ze dat ze aan haar plafond zat voor wat betreft werkdruk. Daar ervoer ze zoveel stress van dat ze elke ochtend met weerstand in de auto naar haar werk stapte. Hoezeer ze ook haar best deed, ze kon haar eigen taken niet goed meer aan en haar contracten werden meestal niet verlengd en zo namen de werkgevers vaak weer afscheid van haar.

Liever de ander helpen dan je grenzen aangeven

Sandra vertelde dat ze meewerken gericht is. Ze is erg hulpvaardig  en houdt niet van conflicten. Ze zet liever haar eigen taken even opzij als een collega vraagt of ze ergens bij wil assisteren. “Het voelt bijna als een plicht om te helpen, weigeren zit er gewoon niet op, bij mij. Zelfs als ik het zelf druk heb, laat ik een ander bijna automatisch vóór gaan.”

Je grenzen aangeven mag niet want dan doe je iemand pijn

Sandra is dus niet vrij in te doen wat echt goed is voor haar. We kijken er samen in een sessie naar. Het blijkt dat Sandra zich best wat beperkingen oplegt voor wat betreft haar gedrag naar collega’s toe. We kijken onderzoeken haar overtuigingen en innerlijke criticus. Die laatste is ook behoorlijk aanwezig. Sandra vindt: “Iemand hulp weigeren is iemand afwijzen en je mag niemand afwijzen want dat doet pijn.”

Moeizame relatie met moeder

We kijken wat verder terug in de geschiedenis. Het blijkt dat Sandra al jaren een moeizame relatie heeft met haar moeder en dat dat in golfbewegingen beter is en dan weer slechter. Op haar 12e gingen haar ouders scheiden en verliet Sandra’s vader het huis. Sandra legt in de opstelling een kussentje neer dat haar op 12-jarige leeftijd voorstelt. Ze gaat bij het kussentje staan. Ze komt direct in contact met het gevoel dat ze toen had: Sandra was van slag van de scheiding en ze werd opstandig en tegendraads. Door de scheiding en eigen verdriet kon haar moeder dit niet goed aan en ging telkens het huis uit als Sandra zich zo gedroeg. Het was niet altijd duidelijk wanneer haar moeder terug zou komen. Alleen als Sandra heel lief was, naar haar moeders verdriet luisterde, dan was er harmonie en contact. Voor Sandra was het contact met haar moeder van levensbelang zeker omdat ze haar vader al was ‘verloren’.

Sandra’s overtuiging begon toen al

Als kind dat tegen de puberteit aan zit, ervaarde Sandra op heel diep niveau dat als zij zichzelf was, dat het contact met haar moeder verbroken werd. Op die leeftijd is dat zo’n ingrijpende ervaring, dat je bijna niet anders kan dan aan jezelf gaan twijfelen.  Hier ontstond ook de overtuiging die zo’n stempel zou gaan drukken op haar gedrag later: ‘je moet iemand in nood niet afwijzen, dat is lelijk en dan verdien je dat je uitgesloten wordt’. Omdat die overtuiging voortkomt uit een intense ervaring, zit het zo diep in het onderbewuste van Sandra ingebakken. Met die overtuiging en gewoonte ging ze de wereld in. Geen wonder dat ze niet zo maar haar grenzen kan aangeven! Ze zag zonder dat ze het door had overal haar moeder terug! in die aardige collega’s, in haar chefs!

De sessie: de volwassen positie en helderheid

Daarna kwam Sandra weer in de volwassen positie te staan. Vanuit die positie had ze veel meer helder wie ze nu was, welke gevoelens er nu bij haar hoorde en welke hoorde bij het stukje van de puber in haar. Ze kwam er toen achter dat ze altijd volgens haar patroon als puber had gereageerd. Ook bijvoorbeeld in werksituaties. Ze voelde zich op de volwassen positie meer ‘handelingsbekwaam’, alsof ze gemachtigd was om voor zichzelf op te komen mocht dat nodig zijn. Met dat gevoel ging ze ook weer de deur uit. Later koppelde ze terug naar me dat ze zich nog steeds meer gefocusd voelde. Ze kon die avond al veel beter een telefoongesprek met een vriendin begrenzen waardoor ze nog tijd voor ontspanning overhield.

Het is nog te kort geleden om aan te kunnen geven of er in de werksfeer ook iets gaat veranderen als ze eenmaal weer een baan heeft. Maar deze directe gedragsverandering geeft hoop!

Raakt dit onderwerp aan jouw thema? Laat je reactie hier achter of mail mij via hester@lijfwerk.info.

Verder lezen: Je eigen pad volgen, weg met de twijfel en de spagaat.

 

 

 

 

Pin It on Pinterest

Share This