Het vastzetten van emoties: dat is wat veel mensen doen. Soms gaat dat jaren ‘goed’ of je komt erachter dat dat uiteindelijk niet werkt!

Ik wist niet dat ik mijn energie vastzette…

Buikdansen is een heerlijke bezigheid waar ik mee startte in mijn studietijd.  Naast het lichaamswerk dat ik deed heeft dit me bewust gemaakt van hoe ik beweeg en hoe ik met mijn lichaam omga. Ik zal je vertellen over een opmerking van een docente van me, die ik pas jaren later begreep.

Want…20 jaar geleden zei een buikdansdocente tegen me: “Je hebt hier wel energie zitten, maar het zit vast”, terwijl ze op haar eigen borstkas wees. Lang heb ik niet geweten wat ik nou met deze opmerking aan moest. Een ding wist ik wel: ik kon eigenlijk alleen mijn borstkas heen en weer bewegen en niet zo erg op en neer of voor en achter. Mijn beweegruimte was beperkt, mijn borstkas zag eruit alsof die naar beneden gedrukt was. En dat maakte dat ik veel naar beneden keek, een gewoonte die bijna niet te veranderen was….

Hardnekkige houdingen:  hier slap, daar gespannen en je energie stroomt niet meer!

Later werd ik zelf dansdocente. Toen ben ik ook bij anderen ook hardnekkige gewoontes en houdingen tegengekomen die een vrije manier van bewegen in de weg staan.  Denk aan: naar voren getrokken schouders, spanning in de rug: holle rug of juist bol, en ja ook bij danseressen: stramheid in nek, bekkengebied en benen!

Misschien als je naar je eigen houding kijkt, dat je hier wat van herkent. Het komt erop neer dat sommige delen van je lijf teveel gespannen zijn. Andere delen hebben juist weer te weinig energie en voelen slap aan. Dit heeft te maken met de verdeling van energie over het lichaam en de mate waarin die energie vrij kan stromen door het lijf.

Onbewuste oorzaak

Ondanks intensieve training zijn deze taaie patronen maar moeilijk bij te stellen. Onbewust kan dit een psychologische-emotionele achtergrond hebben die jou in die houding of manier van bewegen houdt.

Hoe het vastzetten van emoties leidt tot blokkades in je spieren

Lichaamsgericht psychotherapeuten zien een verband tussen de ontwikkeling van jou als kind en de houdingen die je later als volwassene meeneemt in je leven. Zowel letterlijk als figuurlijk. Het principe is als volgt:

1. Als baby “zijn” we ons lichaam

Als baby en peuter zijn we een en al emotie. We zijn stampend boos, tot in elke vezel verdrietig, bang tot in onze tenen etc.. Het hele lichaam doet daaraan mee: slaan of stampvoeten van boosheid, woest zwaaien met de armen, een keel opzetten of snikken van verdriet, geheel verstijven van angst. Zo werkt dat, we uiten ons instinctief en zonder terughouden. Wij zijn ons lichaam, wij zijn onze expressie

2. Dan krijgen we te maken met onze omgeving.

Onze omgeving*  zit soms helemaal niet te wachten op onze emoties en hoe we die naar buiten brengen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat er een moeder is die migraine heeft of dat er een vader is die niet om weet te gaan met een verdrietig kind. Om hun eigen oorzaken en achtergronden natuurlijk. Dit wordt aan ons duidelijk gemaakt door afgewende, boze of afwezige blikken of reacties. Soms ook wel via indirecte manier: “och meisje, niet huilen, zo erg is dat toch niet?! Je maakt mama verdrietig!”

3. We willen onze ouders behouden

Ons instinct zegt ons, dat we als kind onze ouders nodig hebben om ons te koesteren, veilig te voelen en ons te voeden en te steunen. We weten, ook al is dat niet heel bewust, dat we de liefde van onze ouders moeten behouden. We ontdekken ook dat het iets met emoties uiten te maken heeft, hoe er op ons gereageerd wordt. Wat in ons vermogen als kind ligt, zetten we in om de band goed te houden.

4. Inhouden en ophopen van spanning

Meestal gaan we ons zó gedragen dat onze ouders daar blij mee zijn of dat we het in ieder geval niet erger maken. Uit overlevingsdrang gaan we als kind dan de boosheid of verdriet of wat er maar aan de orde is, inhouden. Het is niet zo dat de emotie weg is maar we houden het binnen. De bewegingen die bij emoties horen blijven steken. Bijvoorbeeld armen die willen slaan, of de borstkas die op en neer wil bewegen bij het snikken blijven steken. Ze willen wel en worden fysiologisch gezien helemaal klaargemaakt om in actie te komen, maar ze mogen niet meer. Dat betekent dat er spierspanningen ontstaan die niet kunnen ontladen, lees omgezet kunnen worden tot een beweging.  We kunnen wel gefrustreerd hierover zijn maar liever dat dan onze voeding of koestering missen. Gebeurt dit vaak dan wordt het een gewoonte.

5. We zijn niet meer in staat om onze emoties te voelen en te uiten

Om de frustratie minder te voelen gaan we minder ademhalen en versterken we de spierspanningen. Als die situatie langer voortduurt dan worden die spierspanningen chronisch. Die situatie maakt dat de aandrang om te bewegen (de emoties) op den duur ook niet meer wordt beleefd of gevoeld. Later als volwassene denken we denken dat we die emotie niet hebben en dat is in zekere zin ook waar: we kunnen niet meer boos doen, huilen enzovoort. We voelen de emoties ‘gelukkig’  niet meer en de frustratie hoeft niet eens meer onderdrukt te worden. En zo is onze aanpassing aan de wensen van onze omgeving compleet.

6. Beloond door onze ouders

Alles lijkt koek en ei. We uiten de emotie niet meer en we worden hiervoor door de omgeving beloond.  We hebben iets van onszelf ingeleverd maar in ieder geval zijn onze ouders blij met ons! En wij dus ook! en met het gewenste patroon stappen we de rest van ons leven door.

Eerder of later in ons leven kan dat echter problemen gaan opleveren, bijvoorbeeld met de beweeglijkheid van ons lichaam. En chronische spanningen.

Ik bouwde een kooitje om mijn hart

Terug naar de opmerking van mijn buikdansdocente over de energie die vastzat in mijn bovenlijf. Toen ik ervaring kreeg met lichaamswerk kon ik haar opmerking beter begrijpen. Ik zag het verband met mijn ingehouden emoties. En dat klopte ook. Want.. .door een kwetsing op persoonlijk vlak in mijn jeugd, zette ik mij schrap en spande vooral de spieren aan in mijn borstkas en schouders. Ik bouwde ik als het ware een kooitje om mijn hart. Logisch dat alles daar vast kwam te zitten!

In contact met het ingehouden verdriet

Bij het doen van een lijfwerkoefening, waarbij met de handen wordt uitgereikt naar een denkbeeldige andere persoon, raakte ik in contact met het weggestopt verdriet. Eindelijk gaf ik aan mijn verdriet toe en ik kreeg een flinke huilbui. Door het heftige snikken toe te laten en de tijd te geven, voelde ik meer ruimte in mijn borstkas, ik haalde makkelijker adem en kon veel soepeler bewegen. Erna voelde ik me rustiger. Toen besefte ik dat huilen precies daarvoor bedoeld is: om me rust en ruimte te geven. Ik voelde me dankbaar dat ik heb kunnen huilen. Ik kwam weer terug bij mezelf.

Fijn dat ik dit pad ben opgegaan en dat ik tot nu toe al zoveel mensen heb mogen helpen met het terugvinden van zichzelf.

Denk je dat meer contact met je gevoel voor jou wel eens kan werken of wil je dat ontdekken? Neem dan contact op voor een afspraak, of whatsapp me op 06-4984 8989.

Meer informatie:

www.lijfwerk.info; www.sblp.nl, https://www.bodymindopleidingen.nl

Boeken: Lowen, Alexander, Bio-energetische oefeningen, Uitgeverij Servire, Utrecht, 1996, ISBN 9063252927

Rank, A. Je lichaam als spiegel, Uitgeverij VBK media, 1996, ISBN13  9789063254896

Bron: opleiding ‘Bodymind Integrated Psychotherapy’ bij Bodymind Opleiding te Rotterdam

*met “omgeving” bedoel ik de ouders of verzorgers in de huiselijke kring. Ik gebruik in dit stukje deze termen door elkaar.

 

Pin It on Pinterest

Share This