Vorige keer behandelde ik het thema spierblokkades en hoe die op te lossen zijn. Vandaag aandacht voor de vraag hoe je nog meer je vrije zelf kunt worden in je dans. Ik bespreek dit thema aan de hand van de karakterindeling van Reich.

Lichaamsgerichte psychotherapeuten menen dat het lichaam zo sprekend is, dat ze de geschiedenis van de persoon kunnen aflezen aan de lichaamsbouw en -houding. Je lichaam zegt iets over wie je bent, wat je levensthema’s zijn, hoe je je daartoe verhoudt en wat je daarvan toont aan de buitenwereld. Het is onvermijdelijk dat je ook tijdens het buikdansen jouw levensthema’s meeneemt. Je kunt je levensbagage immers niet uittrekken en thuislaten; je draagt het altijd bij je omdat het is vormgegeven in je lichaam.

De Oostenrijks-Amerikaanse Wilhelm Reich (1897-1957), psychiater en leerling van Sigmund Freud, heeft het verband tussen het lichaam en de persoonlijkheid van een mens gevat in een theorie over karaktervorming. Deze keer bespreek ik graag de eerste twee karaktertypes van Reich en koppel ik deze aan de praktijk van het buikdansen. Overigens heeft iedereen zo zijn eigen mix aan types!

Reich onderscheidt 5 karaktertypen die ieder zo hun eigen lichamelijke vertaling hebben.

  1. het gefragmenteerde type;
  2. het behoefte type;:
  3. het opgetilde type;
  4. het samengedrukte type;
  5. het terughoudende type.

Het gefragmenteerde type

Het gefragmenteerde type heeft volgens Reich een tekort gehad aan veiligheid in de vroege jeugd, de allereerste basisbehoefte in ieders leven. Mensen met dit type karakter zijn schrikachtig, hebben weinig voeling met hun lijf, beredeneren veel en zijn vaak gevoelig voor prikkels. De overtuiging is: ‘de wereld is onveilig’, en zo worden andere mensen ook bekeken: de ander is een bron van onveiligheid en mogelijk vijandigheid, ze kunnen maar het beste goed in de gaten worden gehouden.

In de bouw van de persoon kun je bijvoorbeeld sterk holle voetbogen terugvinden (teken van slechte aarding), er is spanning in de nekspieren aan de schedelrand. Er zijn spanningen en insnoeringen rond de gewrichten, tengere bouw, scheefheid in het gezicht of in de schouders, een soms opvallende gezichtsuitdrukking die schrik laat zien. Er is iets in de ogen: ofwel ze staan in schrikstrand of ze zwerven overal heen. Er is slechts het minimale aan ademhaling, en deze is ook oppervlakkig. In het gedrag is terug te zien dat de persoon moeilijk echt contact kan maken, zich wat afzijdig houdt.

Als buikdanseres valt je misschien op dat je makkelijk ‘zweeft’ en moeite hebt met balans. Of je hebt tijdens het dansen niet zoveel voeling hebt met je lijf, bijvoorbeeld je danst in de les met je ogen dicht en je denkt dat je een beweging op een bepaalde manier maakt maar als je in de spiegel kijkt blijkt dat je iets anders staat te doen. Je kunt knikken vertonen in je polsen of bij je ellenbogen, houterigheid of schokkerigheid in je bewegingen zien en het coördineren van bewegingen komt je niet aanwaaien. Met het samendansen vind je contact maken ingewikkeld en voel je je onhandig ermee, je zit makkelijk in je hoofd zeker als je een choreografie moet onthouden. In de pauzes kun je zomaar iets zeggen dat binnen de groep vreemd valt, afstemming kan wel eens een probleem zijn. Bij het dansen ‘op gang blijven’ is geen automatisme voor je, je moet telkens blijven bedenken wat je gaat doen. Je voelt je in de les het prettigst als je de deur of het raam in het vizier hebt of erbij staat, zodat je eventueel snel weg kan. Je houdt waarschijnlijk van lyrische muziek en kan je hierop wel laten gaan en wegzweven.

Heling door buikdans

Wat valt er te winnen? Sowieso is bewegen een prima activiteit voor je omdat het de mogelijkheid geeft om in contact met je lijf te komen. De zachtheid van het buikdansen doet je goed, dit geeft de veiligheid die nodig is om in je lijf te zakken. Behalve training op een paar punten als bijvoorbeeld coördinatie, is het van belang te beseffen dat het onderliggende thema het diepgewortelde maar niet altijd bewust gevoelde, onveiligheid in je eigen lijf is. Je taak is dan om jezelf telkens overnieuw uit te nodigen om contact te houden met je lichaam. Raak jezelf aan, heet jezelf welkom, vertel jezelf dat het veilig is in de omgeving waar je bent. Laat je handen glijden over je lijf zodat je voelt dat je lijf één geheel is. Raak met name je hoofd aan en neem er even de tijd voor. Kijk met zachte ontvangende ogen en een glimlach, ontspan je kaken. Adem iets meer dan je gewoon bent. Zoek naar verbinding in je lichaam en verbinding met de grond. Is dit te privé, doe het dan eens thuis, als je alleen bent, het is een kwetsbaar thema.

Het behoeftige type

De volgende basisbehoefte die ieder mens heeft is de behoefte aan voeding in de breedste zin van het woord. De behoefte is altijd aanwezig en het sterkst in de vroege kindertijd, denk aan (borst) voeding, voldoende aanwezigheid van de verzorgenden, warmte, liefde en aandacht. Moet het kind dit in deze fase ontberen dan ervaart het een gevoel van tekort dat maar moeilijk in te lossen valt op latere leeftijd. En ander gevolg is het ondervoed zijn, in de vorm van energiegebrek en zwakte van het lichaam. De persoon heeft het verleerd om liefde te ontvangen. De overtuiging die in dit geval wordt ontwikkeld, is: ‘het is er niet voor mij’. Het idee over de ander is: zij willen mij niet. Het type dat zich ontwikkelt is in dit geval het ‘behoeftige type. Voor deze behoeften ronduit uitkomen is in onze maatschappij nog niet zo eenvoudig en levert vaak weerstand op. Daardoor gaat de behoeftige de behoefte ontkennen (ik heb helemaal niemand nodig), vervormen (JIJ hebt mij nodig, ik zorg voor JOU) of uitleven op ongezonde manieren (verslavingen bijvoorbeeld).

In de bouw is het gebrek aan energie her en der in het lichaam terug te zien: een tengere bouw, zachte huid, slanke benen, weinig aarding. Er is ook weinig ademhaling; alle lucht wordt makkelijk weer uitgeblazen. Van de zijkant gezien heeft de rug de vorm van een vraagteken in plaats van de normale S-vorm. Holle onderrug, bolle bovenrug, ingevallen borstkas en het hoofd wat naar voren met een open mond. De behoeftige heeft de neiging om gewrichten op slot te zetten, om de illusie van vastheid te hebben. Het is te zien aan benen die overstrekt zijn naar achteren, een soort banaanvorm. Waarschijnlijk staan de schouders iets naar voren staan. De uitdrukking kan zijn: verwachtingsvol of teleurgesteld dat het er toch weer niet blijkt te zijn. Het lichaam gedraagt zich als een lek mandje: je kunt er wel wat in doen, maar het valt er zo weer doorheen. Energie wordt niet vastgehouden.

Heb je als buikdansliefhebber behoeftige karaktertrekken dan gaat dit vaak samen met een laag zelfbeeld: “wat heb ik nou te bieden? Die ander heeft het wel”. Je hangt makkelijk aan de lippen van een energieke en inspirerende docente je en je laaft je aan die bron. Je bent waarschijnlijk goed in zachte en ronde bewegingen. Je houdt dan ook van muziek die aanleiding daartoe geeft. Echter, je bewegingen missen energie en kracht. Waarschijnlijk heb je weerstand om in beweging te komen, je lichaam te gebruiken. Je staat niet graag vooraan uit jezelf en je hebt mogelijk de neiging om de ander te verzorgen: Ik zet wel vast thee! En je hebt vaak wel iets lekkers mee als daarvoor gezorgd moet worden, of je denkt eraan. Je blijft makkelijk hangen na de een les als er gezellig nagepraat wordt. Ben je muziek aan het zoeken voor een optreden dan ben je snel enthousiast over een muziekstuk maar als je er eenmaal op gaat dansen valt het toch weer tegen wat je ermee kunt; het geeft je niet genoeg voor je gevoel. Heb je opgetreden en ging het goed, dan is het maar moeilijk om de waardering binnen te laten komen.

Heling door buikdans

Wat valt er te winnen? Bewegen is goed voor je vanwege het opwekken van energie en de mogelijkheid om je aarding te verbeteren. Je uitdaging ligt in het kunnen vasthouden van je energie, je adem vrij naar binnen laten stromen, je mooie ronde bewegingen kun je krachtiger maken door iets meer spankracht onderin je buik, zonder te overdrijven hierin. Het is goed om het overdrachtelijke ‘lek in het mandje’ te helpen dichten door je bekkenbodem iets aan te trekken waardoor je letterlijk je bodem voelt. Train jezelf in krachtiger worden met behoud van zachtheid. Dans op stevige drumsolo’s, aardende Saïdi of Baladimuziek. Blijf ademen en als je daardoor duizelig wordt ga je dan weer terug met je aandacht naar je voeten, je benen, je aarding. Laad jezelf op in de dans en wen aan het vreemde gevoel van energie in je lichaam.
Oefen bij optredens en samendansen met complimentjes en warmte binnen te laten komen en te laten landen in jezelf, zonder het gevoel dat je meteen iets terug hoeft te doen. Ontspan je gezicht tijdens het ontvangen van complimentjes, met name je kaken. Blijf beseffen dat het onderliggende thema een diep gevoel van gebrek aan voeding is, wees eerlijk naar jezelf als je dit ontdekt en zacht naar wat je aantreft. Heb er geen oordeel over.

Volgende keer verder over het opgetilde, het samengedrukte type en het ingehouden type. Doe alvast een test om te zien welke karaktertypes je hebt: link https://www.nelettavanheuven.nl/karaktertest.

Vind je dit onderwerp interessant? Kom dan naar de lezing over Karakter en Contact, op 13 september om 14 uur in Waalwijk. Deelname is gratis. Aansluitend volgt een cursus over Karakter en eigenheid. Informatie over deze activiteiten: www.lijfwerk.info. Er komt ook een workshop Karakter en buikdans in samenwerking met Badra Falak te Breda. Houd hiervoor de website van Lijfwerk in de gaten.

Gebruikte bronnen:

Rank – Je lichaam als spiegel, Uitgeverij VBK media, 1996, ISBN13 9789063254896
Opleiding ‘energetic integration therapeut’ bij Bodymind Opleiding te Rotterdam

Verder lezen over Karakters:

Lowen – Bio-energetica, Uitgeverij Servire, 1994, ISBN 90-6235-274-9
Veenbaas et al. – De maskermaker, Uitgegeven door Phoenix Opleidingen, 2011, ISBN 978 90 78395 010

Eerst meer lezen over moeder-dochterrelaties? Bekijk mijn artikelen.

Sandra en haar moeder: van altijd lief zijn naar vrij je grenzen aangeven.

Patronen ontwikkel je meestal al vroeg in je leven en zijn vaak gekoppeld aan onbewuste overtuigingen en niet-verwerkte emoties. Soms kun je vastlopen door deze patronen, zo ook Sandra die vertelt dat ze telkens vastliep in haar werk door een al te hulpvaardige opstelling naar haar collega’s toe. In dit artikel zie je hoe ze met een therapie-opstelling ‘ouder-volwassene-kind’ het patroon van ‘lief zijn voor de ander’ en ‘jezelf inhouden’ begon te doorbreken.

Pin It on Pinterest

Share This