Mijn naam is Hester de Vries en heb een praktijk voor lichaamsgerichte psychotherapie “Lijfwerk” in Drunen bij Den Bosch. Op uitnodiging van Peter schrijf ik dit artikel over wat lichaamsgerichte (psycho)therapie kan betekenen voor buikdanseressen. Graag wil ik starten met de relatie die ik heb met oriëntaalse dans. Daarna ga ik inhoudelijk in op de visie van deze therapiestroming en hoe jij als buikdanseres er de vruchten van kunt plukken. Volgende Raks wa Risala volgt meer.

Ik ben begonnen met buikdansen bij Letty Vos in Wageningen. Dit was tijdens mijn studie “ethologie”, ook wel met een knipoog ‘dierpsychologie’ genoemd. De muziek en de bewegingen vond ik heerlijk en voelden natuurlijk aan. De muziek had wel wat weg van Israëlische muziek, waarop ik al sinds mijn 5e  jaar danste.
Ik geef sinds 2004 buikdansles. Momenteel verzorg ik enkele keren per jaar een cursus Buikdans en cursus Bollywood voor de Wageningse Universiteit. In 2008 begon ik met de opleiding tot lichaamsgericht therapeut en heb inmiddels een groeiende praktijk. Soms gebruik ik oriëntaalse muziek in mijn individuele sessies, omdat  die mensen aanzet tot meer bekkengebruik. In mijn buikdanslessen gebruik ik aardingsoefeningen die uit de lichaamsgerichte therapie komen.

Energie in je lichaam

De bekende en helaas recent overleden docente Ada van de Wijngaart (Dunya) maakte zo’n 20 jaar terug in een workshop eens de opmerking, wijzend op haar borstkas, “je hebt hier wel energie zitten, maar het zit vast”. Lang heb ik niet geweten wat ik nou met deze opmerking aan moest. Een ding wist ik wel: ik had moeite met borstdrops en cirkeltjes, kon eigenlijk alleen mijn borstkas heen en weer bewegen en niet zo erg op en neer. In mijn ervaring als docent heb ik hardnekkige houdingen ook bij mijn leerlingen gezien: naar voren getrokken schouders, spanning in de rug: holle rug of juist bol, en ja ook bij buikdanseressen: stramheid in nek, bekkengebied en benen. Misschien herken je het bij jezelf ook: soms heb je als danseres een arm die telkens ‘afhaakt’ of zie je op dansfoto’s van jezelf consequent een knak in je pols. Het komt erop neer dat sommige delen van je lijf teveel gespannen zijn. Andere delen hebben juist weer te weinig energie en voelen slap aan. Dit heeft te maken met de verdeling van energie over het lichaam en de mate waarin die energie vrij kan stromen door het lijf. Soms helpt training, maar niet altijd en dan blijven het valkuilen. Het kan zijn dat dit een psychologische-emotionele achtergrond heeft die jou in die houding of bewegingsstijl houdt en die merkbaar in je manier van dansen. In dat geval kan lijfwerk je mogelijk wat opleveren.

Lijfwerk, vorm en uitgangspunten

Lijfwerk is de meest dynamische vorm van het scala aan methoden waarvan gebruik wordt gemaakt bij lichaamsgerichte psychotherapie. Ander woord ervoor is ook wel emotioneel lichaamswerk. Emotioneel lichaamswerk of lijfwerk bestaat uit oefeningen die erop gericht zijn op een hogere energie doorstroming in je lichaam, opgehoopte spierspanningen (blokkades) op te lossen (zie volgende alinea), meer gevoelsmatig contact te krijgen met je lichaam en te aarden. Met gevoelscontact wordt bedoeld dat je beseft dat je lichaam meer is dan functionerende onderdelen bij elkaar. Zo staat het hart voor verbinding naar anderen en liefde ook voor jezelf; het bekken staat voor veiligheid, sensualiteit en kracht. Dit staat tegenover een meer ‘technisch-functionele’ visie op je lichaam. Hiervan is sprake wanneer je je lichaam als botten, spieren en organen bij elkaar ziet en wanneer vooral je hoofd bepaalt wat je lichaam doet in de dans. Daarmee doe je jezelf als persoon tekort.
De drie pijlers van lijfwerk zijn: aarden, bewegen, ademen en geluid maken. Deze elementen zitten in lijfwerk omdat mensen nogal eens vergeten te bewegen, stilvallen, hun adem inhouden en figuurlijk hun stem niet willen laten horen, hun aanwezigheid niet kenbaar willen maken. Kortom, lijfwerkoefeningen laten je het tegenovergestelde doen van voorgenoemde valkuilen. Ze dagen je uit meer lijfelijk aanwezig te zijn. Ter vergelijk met yoga-oefeningen: Lijfwerkoefeningen zijn bewegingen in plaats van houdingen, je maakt er ook geluid bij, je geeft expressie aan verschillende emoties en soms werk je in tweetallen.

Oorzaken van spierblokkades en de rol van emoties

Lichaamsgericht therapeuten zien een verband tussen de ontwikkeling van een kind en de thema’s die je later als volwassene meeneemt in je leven en dus ook in je dans. Het principe is als volgt: Als baby en peuter zijn we een en al emotie. We zijn stampend boos, tot in elke vezel verdrietig, bang tot in onze tenen etc.. Het hele lichaam doet daaraan mee: slaan of stampvoeten van boosheid, woest zwaaien met de armen, een keel opzetten of snikken van verdriet, geheel verstijven van angst. Daarna krijgen we te maken met onze omgeving. Deze zit soms helemaal niet te wachten op bepaalde emoties. Het kan bijvoorbeeld zijn dat er een moeder is die migraine heeft of dat er een vader is die niet van stampende kinderen houdt. Daarnaast is het een gegeven dat we de omgeving nodig hebben om ons te koesteren, veilig te voelen en ons te voeden. Het kan zijn dat we dat niet krijgen als we de emoties die we beleven, blijven uiten. Uit overlevingsdrang gaan we als kind dan de boosheid of verdriet of wat er maar aan de orde is, inhouden. Het is niet zo dat de emotie weg is maar we houden het binnen. De bij de emotie horende bewegingen in het lichaam, aangestuurd door bijvoorbeeld de armspieren, die willen slaan, of de borstkas die op en neer wil bewegen bij het snikken, blijven steken. Ze willen wel en worden fysiologisch gezien helemaal klaargemaakt om in actie te komen, maar ze mogen niet meer. Dat betekent dat er spierspanningen ontstaan die niet kunnen ontladen, lees omgezet kunnen worden tot een beweging. We uiten de emotie niet meer en we worden hiervoor door de omgeving beloond. We kunnen wel gefrustreerd hierover zijn maar liever dat dan onze voeding of koestering missen. Om de frustratie minder te voelen gaan we minder ademhalen en versterken we de spierspanningen. Als die situatie langer voortduurt dan worden die spierspanningen chronisch. Die situatie maakt dat de aandrang om te bewegen (de emoties) op den duur ook niet meer wordt beleefd of gevoeld. We denken dat we die emotie niet hebben en dat is in zekere zin ook waar: we kunnen niet meer boos doen, huilen enzovoort. Met de emoties verdwijnt ook de frustratie om het niet kunnen uiten, uit beeld en zo is onze aanpassing aan de omgeving compleet. Alles lijkt koek en ei. Op latere leeftijd echter kan dat problemen gaan opleveren. Ook zo bij het uitvoeren van onze grote liefhebberij: de oriëntaalse dans!

Het belang van lichaamsgevoel voor de buikdanseres

De oriëntaalse dans is een individuele dans die in principe op improvisatie gebaseerd is. De houvast die je als buikdanseres hebt, is dus niet in de allereerste plaats aan richtlijnen en voorgeschreven passen maar aan je eigen lijf en gevoel. Daarbij is de verbinding met het gevoel van de danseres essentieel: het muziekgevoel, stemming, eigenheid van de danseres. De oriëntaalse dans is bij uitstek de dans die de persoonlijkheid en sterke en kwetsbare kanten van de danseres zichtbaar maakt. Het mag uit het voorgaande duidelijk geworden zijn dat op dit vlak nog veel te winnen valt voor menigeen.

Beweeglijkheid in je lijf

Toen ik ervaring kreeg met lichaamswerk kon ik de opmerking van Ada beter plaatsen in emotioneel en persoonlijk verband: Door een kwetsing van mijn hart spande ik de lichaamsspieren eromheen aan en bouwde ik als het ware een kooitje om mijn hart. Logisch dat alles daar vast kwam te zitten! In een lijfwerkoefening, waarbij met de handen wordt uitgereikt naar een denkbeeldige andere persoon, raakte ik in contact met het weggestopt verdriet en kreeg een flinke huilbui. Door het heftige snikken toe te laten en de tijd te geven, voelde ik meer ruimte in mijn borstkas, ik haalde makkelijker adem en kon veel soepeler bewegen. Dit was het begin van het besef dat huilen als er verdriet is, mij goed doet.

Oefeningen

Een lichaamsoefening die ook gunstig uitpakt in dit verband is ook wel het ‘chaotisch ademen’. Hierbij ga je snel ademhalen door je neus, zonder voorspelbaar patroon. Dit prikkelt je middenrif, waar doorgaans door velen van ons spanning wordt vastgehouden. Het gevolg is dat je romp en borstkas soepeler worden. Na deze oefeningen kun je subtieler met je borstkas bewegen. Mensen die moeite hebben met het uiten van boosheid, maar wel reden hebben om boos te zijn, kunnen die emotie nog wel eens vasthouden tussen de schouders en de nek. Dat kan zichtbaar worden in een  ‘weduwebult’: dit is een vet-ophoping rond de bovenste uitsteeksel van de ruggengraat. Deze verhindert de energetische stroom naar de armen toe. Als je gaat dansen zouden je armen dan stil kunnen vallen. Mogelijk heb je dan baat bij het uiten van agressie met je armen. Dat kan met de oefening ‘werken met de ellebogen’: je gaat vanuit ontspannen staande houding je gebogen ellebogen om de beurt krachtig achterwaarts bewegen, je voorstellend dat je ruimte maak om jezelf heen. De beweging nog effectiever als je daarbij ‘nee’ of ‘weg!’ roept. Je zult zien dat je bovenlijf daarna meer verbonden voelt met je armen en dat er plaats komt voor zachtheid in plaats van de onderdrukte boosheid. Dit komt bijvoorbeeld ten goede aan het maken van slangenarmen en een natuurlijk armgebruik bij bijvoorbeeld een Baladi-dans.

Een serie lijfwerk oefeningen wordt vaak begonnen en afgesloten met de vertikale aardingsoefening: je staat op beide benen rechtop, je knieën iets van het slot en de rest van je lichaam houd je zo los mogelijk. Je gewicht geef je zoveel mogelijk over aan de grond. Dan ga je je knieën buigen en weer enigszins strekken, terwijl je respectievelijk uitademt en inademt. Spontaan opkomende trillingen in je benen laat je rustig hun gang gaan. Dit is een oefening die ik regelmatig aan het begin van de buikdansles doe en het geeft focus, rust en gronding. En dat vertaalt zich ondermeer terug in je balansgevoel in je dans.

Bovenbeschreven oefeningen zetten het lijf van binnenuit in beweging, zeker als je een emotie kunt verbinden aan de oefeningen en je je meer kunt laten gaan. Als de doorstroming in je lichaam toeneemt, komt daarmee ook het aanvankelijk geblokkeerde gevoel weer terug. Hoewel we daar begrijpelijkerwijs in eerste instantie misschien voor terugschrikken, kan het je ook als danseres wel veel opleveren om het aan te gaan.

Tot slot

Ik ben nu ingegaan op wat lijfwerk voor je bewegingen als danseres kan doen. De volgende keer zal ik meer ingaan op het effect van lijfwerk op andere aspecten van de oriëntaalse dans. Daarnaast vertel ik wat meer over hoe je karakter gekoppeld is aan de ontwikkeling die je als kind hebt doorgemaakt en hoe ook dat terug te zien is in je dansstijl.

Wil je met lijfwerk kennismaken? Met regelmaat geef ik de workshop “Bellydance & Bodywork voor vrouwen”.

Meer informatie:

www.lijfwerk.info; www.sblp.nl, https://www.bodymindopleidingen.nl/; www.universeofdance.nl

Boeken: Lowen, Alexander, Bio-energetische oefeningen, Uitgeverij Servire, Utrecht, 1996, ISBN 9063252927

Rank, A. Je lichaam als spiegel, Uitgeverij VBK media, 1996, ISBN13  9789063254896

Bron: opleiding ‘energetic integration therapeut’ bij Bodymind Opleiding te Rotterdam

Eerst meer lezen over moeder-dochterrelaties? Bekijk mijn artikelen.

Sandra en haar moeder: van altijd lief zijn naar vrij je grenzen aangeven.

Patronen ontwikkel je meestal al vroeg in je leven en zijn vaak gekoppeld aan onbewuste overtuigingen en niet-verwerkte emoties. Soms kun je vastlopen door deze patronen, zo ook Sandra die vertelt dat ze telkens vastliep in haar werk door een al te hulpvaardige opstelling naar haar collega’s toe. In dit artikel zie je hoe ze met een therapie-opstelling ‘ouder-volwassene-kind’ het patroon van ‘lief zijn voor de ander’ en ‘jezelf inhouden’ begon te doorbreken.

Pin It on Pinterest

Share This